U bevindt zich hier: Home Bestuur & Organisatie Gemeentearchief Over het archief Veel gestelde vragen Geschiedenis

Geschiedenis

16584 keer gelezen

Antwoorden op veel gestelde vragen over de geschiedenis van Schiedam.

 

Heeft u informatie over de geschiedenis van Schiedam?

Bij het Gemeentearchief Schiedam vindt u eigenlijk uitsluitend informatie over de geschiedenis van de stad! U bent bij ons dus aan het juiste adres. Allereerst vindt u op deze website al een schat aan informatie over allerlei onderwerpen. Ook de beeldbank en de krantenbank bieden veel informatie.

Vindt u hier (nog) niet wat u zoekt, dan kunt u een bezoek brengen aan de studiezaal. U kunt daar onze bibliotheekcollectie raadplegen. Deze is volledig gericht op Schiedam en haar verleden. Vele historici en liefhebbers van de stad beschreven de geschiedenis van de stad of schreven over een bepaalde gebeurtenis, een bekende Schiedammer, een Schiedams bedrijf…… Is er niet eerder onderzoek gedaan naar het onderwerp waarin u geïnteresseerd bent, dan kunt u natuurlijk zelf onderzoek doen in de archieven, collecties en verzamelingen die door ons bewaard worden.

Voor de geschiedenis van Schiedam kunt u ook de website van de Historische Vereniging Schiedam Opent in nieuw venster raadplegen; de website van de Historische Vereniging Schiedam.

Wanneer is Schiedam ontstaan?

Omstreeks 1250 legde edelman Dirk Bokel in zijn polder ‘Riviere’ een dam aan om zijn vis- en jachtgebied te beschermen tegen de zee. Deze lag waar nu de Dam is, ter hoogte van de afrol naar de Oude Sluis. Schippers konden door de dam niet verder de Schie opvaren. De lading moest bij de dam in de Scye overgeladen worden op andere schepen, die de vracht verder landinwaarts voerden. De nieuwe situatie zorgde voor bedrijvigheid: handelaren, schippers en ambachtslieden vestigden zich bij de dam. De nieuwe nederzetting kreeg de naam Nuwer Scie of Nieuwen Damme.

Hoe komt Schiedam aan zijn naam?

Aanvankelijk heette de nederzetting Nuwer Scie, ontstaan toen Dirk Bokel omstreeks 1250 in zijn polder een dam in de Schie liet leggen. Het dorp ontwikkelde zich in zo’n 25 jaar tot de stad Schiedam.

Aleida, die in 1258 de zorg voor het graafschap Holland kreeg - haar broer, de landsheer graaf Willem II was overleden en zijn opvolger Floris V was nog minderjarig - kocht de polder in 1260 van Dirk Bokel. Zij liet er een kasteel bouwen, het Huis te Riviere (waarvan de ruïne nog altijd aan de Broersvest staat), stichtte er een kerk in 1262 en gaf in 1270 marktrecht en tolvrijheid etc. aan de inwoners van ‘Nuwer Scie’. In 1275 vaardigde zij namens Floris V, inmiddels meerderjarig en zelf landsheer over het graafschap, een keur uit die van het dorp een stad maakte, met de naam Scyedam. Stad aan de dam in de Schie.

Wanneer kreeg Schiedam stadsrechten?

Op 18 maart 1275 kreeg Schiedam stadsrechten. De voormalige nederzetting ‘Nuwer Scie’, die ontstaan was doordat Dirk Bokel er circa 1250 een dam in de Schie had aangelegd, had zich in korte tijd flink ontwikkeld. Het was in dat jaar weliswaar een klein dorp met slechts een paar honderd inwoners, maar was bloeiend, onder andere dankzij het in 1270 verleende marktrecht en dankzij de gunstige ligging aan de handelsroutes over de Maas en de Schie.

Reden te meer dat Vrouwe Aleida, uit naam van landsheer graaf Floris V, een keur (wet) uitvaardigde, waarmee zij het dorp aan de Schie stadsrechten verleende en het de naam Scyedam gaf. De nieuwe stad kreeg haar eigen bestuur en rechtspraak. Schiedam ontwikkelde zich verder, kreeg een eigen gasthuis en behoorde spoedig tot een van de Hollandse steden.

Wat is het oudste archiefstuk dat bij het Gemeentearchief bewaard wordt?

Het oudste archiefstuk, de akte van het beste kleed, is een oorkonde van het Sint Jacobs-Gasthuis van 1286/1287, opgemaakt door schepenen van Schiedam. In de akte was vastgelegd dat het gasthuis het beste kleed zou erven, of de geldwaarde daarvan, van iedere Schiedammer die overleed. De akte is opgemaakt omdat het gasthuis met geldzorgen kampte.

Al lange tijd is het bestaan van dit document bekend. In 1829 vroeg het stadsbestuur het Sint Jacobs-Gasthuis opgave te doen van stukken vóór 1300. De bepalingen in de akte golden toen overigens nog en werden pas afgeschaft in 1843! Het bezegelde stuk was in 1829 nog volledig intact, maar ten gevolge van allerlei omzwervingen - via Den Haag, München en Utrecht - is het zegel beschadigd. Sinds 1935 ligt het charter (dit is een document op perkament) bij het Gemeentearchief Schiedam

Wat is de oudste kaart waarop Schiedam is afgebeeld?

De oudste kaart van Schiedam werd omstreeks 1560 door Jacob van Deventer gemaakt. De toenmalige graaf van Holland, Philips II, gaf daar opdracht toe. Op de kaart is te zien dat de stad was omgeven door polders. De namen hiervan bestaan nog steeds. De toegangswegen waren dijken en kaden en via de stadspoorten kwam men de stad binnen.

Binnen de stad zie je verschillende kloosters afgebeeld, maar ook het Sint Jacobs-Gasthuis, de Grote Kerk, het stadhuis, het Bagijnhof en het Leprooshuis. Aan de oostzijde van de stad ligt het kasteel van Mathenesse (Huis te Riviere) dat omstreeks 1260 in opdracht van Vrouwe Aleida, die toen het regentschap over de stad had, werd gebouwd.

Een fragment uit de kaart van Jakob van Deventer

Vind ik bij het Gemeentearchief Schiedam ook archieven van andere gemeenten?

U vindt bij het Gemeentearchief alleen de archieven die tot de huidige Gemeente Schiedam behoren. Maar  de grens van het oorspronkelijke Schiedam is in de loop van de geschiedenis wel gewijzigd! Verschillende dorpen (ambachten, gemeenten), die een (min of meer) eigen bestuur hadden, zijn onderdeel uit gaan maken van de huidige bestuurlijke eenheid Schiedam: in 1698 werd het ambacht Nieuwland, Kortland en 's-Graveland afgesplitst van Kethel en Schiedam kreeg het bestuur over de heerlijkheden;

  • Nieuwland werd in de jaren 1795-1811 en 1817-1855 zelfstandig, werd in 1855 met Kethel en Spaland verenigd, maar werd in 1868 bij Schiedam gevoegd;
  • Oud- en Nieuw-Mathenesse werd eveneens in 1868 bij de gemeente Schiedam gevoegd;
  • Spaland werd in 1811 als afzonderlijke gemeente opgeheven en bij Kethel gevoegd;
  • de gemeente Kethel en Spaland  werd in 1941 door Schiedam geannexeerd;

In de tijd dat bovengenoemde dorpen of ambachten zelfstandig waren, hadden zij niet alleen eigen besturen, maar ook eigen rechtspraak, kerken, etc. Ook deze archieven vindt u bij het Gemeentearchief Schiedam.

Hoe ziet het wapen van Schiedam er precies uit?

Het gemeentewapen, dat op 24 juli 1816 bevestigd is door de Hoge Raad van Adel, ziet er als volgt uit: Afgebeeld is een zwarte staande klimmende leeuw, kijkend naar links, in een veld van goud. Schuin over het schild, van linksboven naar rechtsonder, een geblokte band met 11 vlakken, afwisselend rood en wit, beginnend met rood in de linker bovenhoek. Boven het veld een kroon met 3 bloemvormige ornamenten en zes parels.

Het wapen is ontstaan in de 13e eeuw. Op een oorkonde van de stad Schiedam uit 1286 wordt vermeld dat de stad niet over een eigen zegel beschikt. De leeuw in het wapen moet de leeuw van  Henegouwen zijn. Floris van Henegouwen, zoon van Aleida die Schiedam stadsrechten verleende, voerde een wapen met een leeuw met daar overheen een geblokte dwarsbalk. De kleuren van het Schiedamse wapen komen overeen met die van het wapen van Henegouwen. Ook bekend is een wapen met drie zandlopers. Dit wapen komt echter nooit op officiële stukken voor. De oorsprong ligt mogelijk in de haringvisserij. Goedgekeurde visnetten kregen een loodje met ‘drye nachtglasen’.

Het wapen van Schiedam

En het wapen van Kethel en Spaland?

De Hoge Raad van Adel bevestigt op 24 juli 1816 het Kethelse wapen. Afgebeeld is een zwarte ketel in een veld van goud. Vlak voor de annexering in 1941 voerde de gemeente op briefpapier een wapen met een ketel en spade. Dit wapen is nooit officieel bevestigd.

Heeft Schiedam een eigen vlag?

De Gemeente Schiedam heeft inderdaad een eigen vlag. Op 23 maart 1962 werd bij raadsbesluit een officiële vlag voor de gemeente Schiedam vastgesteld. Het patroon bestaat uit zes horizontale banen van gelijke breedte, beurtelings in geel en zwart, met geel als bovenste baan. De verhouding van de lengte tot de hoogte van de vlag is 3 tot 2.

De vlag is veel minder oud dan het gemeentewapen. Dit werd al op 24 juli 1816 bevestigd door de Hoge Raad van Adel.

Wie was Liduïna van Schiedam?

Liduïna werd geboren op 18 maart 1380 en groeide op als een zeer gelovig meisje. Op 15-jarige leeftijd sloeg het noodlot toe. Door een val op het ijs - volgens onderzoek moet dat gebeurd zijn in de buurt van waar nu de Boomgaardstraat ligt - brak zij haar been en haar heilig lijden als gevolg daarvan zou een belangrijke rol gaan spelen in het leven van vele gelovigen binnen Schiedam, maar ook in het leven van gelovigen ver daar buiten.

De verwondingen die zij opgelopen had genazen niet. Na verloop van tijd kreeg zij visioenen, kreeg zij contact met een heilige man die teruggetrokken leefde in de woestijn van Egypte, haar lichaam kon enkel nog heilige hosties verdragen. Zij stierf pas 38 jaar later, op 14 april 1433. Haar ziekbed werd een bedevaartsplaats voor velen, haar graf later een plek waar men van ver naar toe kwam.

Liduïna is de heilige van Schiedam sinds 1890, toen haar verering door paus Leo XIII werd toegestaan en haar naam in de lijst van heiligen werd opgenomen. Haar leven werd opgetekend door de Dominicaanse pater Brugman en verscheen in 1498 in boekvorm, dat verfraaid is met houtsneden; het incunabel.

Wanneer was de Schiedamse jeneverindustrie op zijn hoogtepunt?

De jeneverindustrie in Schiedam kent twee hoogtepunten. Het begin van de industrie ligt rond 1600. Er waren toen 12 branderijen in Schiedam. Na de eerste bloeiperiode (1750-1795) was het uitgegroeid tot een industrie met ruim 200 branderijen en distilleerderijen. Na de tweede bloeiperiode (vanaf 1850) werd aan het eind van de eeuw een toppunt bereikt met 364 branderijen.

De eerste periode van bloei is onder andere te danken aan de lage grondstofprijzen. De stad kreeg in die jaren een ander aanzicht; aan de Havens in de binnenstad verrezen statige panden van rijke branders, de Korenbeurs werd gebouwd en in gebruik genomen. Na een teloorgang in de jaren 1795-1850 - door oorlogen en hoge graanprijzen - was te tweede periode van bloei te danken aan allerlei factoren die er toe bijdroegen dat de markt en de export vergroot konden worden.

Onder andere door de ‘ontdekking’ van jonge jenever (andere bereidingswijze) kwam het rond 1900 tot een verval. 

Wat is spoeling?

Spoeling (graanpap), is een afvalproduct van moutwijn. Moutwijn werd in Schiedam gestookt om als grondstof te dienen voor de productie van jenever. De spoeling mocht dan wel een afvalproduct zijn, maar het was nog altijd geschikt om als veevoer te dienen. Het verklaart waarom er, naast de vele branderijen, in en rond Schiedam vele boeren waren die koeien en (vooral) varkens hielden.

Vanaf het moment dat de branders zich vestigden in Schiedam, rond 1600, werd het vee met spoeling gevoederd. Met de groei van de jeneverindustrie groeide de hoeveelheid spoeling en daarmee de hoeveelheid vee. De neergang van de branderijen - en daarmee de bestaansgrond voor mesterijen - begon al voor 1900. Maar het heeft toch nog tot halverwege de 20e eeuw geduurd voordat het vervoer van spoeling in spoelingskarren geheel uit het stadsbeeld van Schiedam was verdwenen. 

Wat is een brandersknecht precies?

In Schiedam kwam het beroep brandersknecht veel voor. Het komt regelmatig voor dat stamboomonderzoekers die het Gemeentearchief Schiedam bezoeken, in de bevolkingsregisters onder “beroep” brandersknecht zien staan bij een of meerdere van de voorouders. Het beroep was onlosmakelijk verbonden met de branderijen en de jeneverindustrie.

Brandersknechten moesten er voor zorgen dat het proces op gang gehouden werd. Er waren er die water oppompten dat nodig was voor het maken van beslag (meel met water aangelengd tot een dunne pap), er waren er die het vuur onder de ketels brandende moesten houden, er waren er die beslag overpompten…. Het leven van een knecht was zwaar. Het werk was zwaar en eentonig, de werkdagen lang, de beloning laag. De woonomstandigheden waren verre van goed. De meesten woonden - vaak met een groot gezin - in woninkjes in de binnenstad, die vaak uit slechts dan één kamer bestonden. 

Waar komt de naam Zwart Nazareth vandaan?

Niemand heeft de naam Zwart Nazareth ooit onomstotelijk kunnen verklaren. Dat de stad zwart was rond de 19e eeuw, staat wel vast. De vele branderijen en distilleerderijen stootten enorme roetwolken uit, waardoor de stad, met haar nauwe stegen, een zwart aanzien kreeg. Maar Nazareth? Het meest voor de hand liggend is, te denken dat het een verwijzing naar de bijbel is. In Johannes 1:47 staat: “Kan uit Nazareth iets goeds komen”. Maar deze verklaring lijkt ver gezocht. Is de naam dan terug te voeren naar het Belgische dorpje Nazareth, waar ook branderijen stonden aan het eind van de 19e eeuw? Zijn het Belgische handelaren uit Nazareth die de bijnaam hebben ingevoerd? Niemand weet het met zekerheid.

X
  1. Voor een correcte verwerking verzoeken wij je minimaal de velden voorzien van een * in te vullen.

Cookie Policy

Deze site gebruikt cookies om ervoor te zorgen dat we u de best mogelijke ervaring geven.
Strict noodzakelijke cookies
Deze cookies zijn nodig om over de site te navigeren, of om te voorzien in door u aangevraagde faciliteiten.
Cookies van derden
Cookies gebruikt voor functionaliteiten van derden
Functionaliteitscookies
These cookies enhance the functionality of website by storing your preferences.
Prestatiecookies
These cookies help to improve the performance of the website, providing a better user experience.
Online surfgedrag gebaseerde reclame cookies
These cookies are used to tailor the advertising to each user.
Meer weten...