ze maakt zich klein en houdt zich stil

haar adem stokt voor even

hart in de keel

de ogen gesloten

gebrand op overleven

een krakende plank

doorbreekt de stilte

de voetstappen dichterbij

wie niet weg is

ze is gezien

en weet

ze is er bij

 

in gedachten denken we aan hen

de stilte vertelt hun verhalen

zoals dit van Sophia

ze was 18 jaar oud slechts

die dag, dat ze haar kwamen halen

 

we horen haar verhaal

kijken naar het verleden

door een raam met dubbel glas

zien wat haat met mensen kan doen

nemen onszelf voor

hoe we nooit meer

dat wat ooit was

 

door hetzelfde raam kijkt Sophia terug

en ziet

hoe het langzaam toch weer gebeurt

ze wil ons waarschuwen voor

weer terug bij af

ze ziet, ze schreeuwt, ze treurt

 

om dit land, opnieuw verdeeld

om intolerantie, teruggekeerd

om alle haat,

ontstaan uit angst

om zoveel lessen niet geleerd

 

Sophia kijkt met lede ogen toe

ziet de geschiedenis

steeds een stukje dichterbij

wie niet weg is

 

we zijn gezien

we zijn er gloeiend bij

 

voor heel even zijn we vanavond

samen weer één

luisteren naar de stilte,

met dankbaarheid en pijn

 

we kijken naar het verleden door een raam

waar het een spiegel had moeten zijn

 

Terug naar Stadsdichter.