U bevindt zich hier: Home - Ondernemers - Horeca en Evenementen - Horeca - Handhaving horeca
603 keer gelezen
Bestuursorganen hebben een plicht tot handhaving van wetten en regels ten aanzien waarvan zij met de uitvoering belast zijn. Indien overtredingen geconstateerd zijn, dient overgegaan te worden tot handhaving. Het begrip handhaving omvat zowel toezicht, opsporing en de daarop volgende bestuursrechtelijke handhaving.
De algemene handhavingsplicht is te herleiden is uit artikel 125 van de Gemeentewet. Gemeentelijke bestuursorganen handhaven op eigen initiatief. Voor sommige overtredingen (meestal geringe) of ten aanzien van niet vergunningplichtige bedrijven, zal reactief worden opgetreden na melding van een overtreding. In andere gevallen zal wel proactief en directief gehandhaafd worden (bijvoorbeeld in geval van overtredingen van voorschriften uit de Algemene Plaatselijke Verordening).
Het uitoefenen van toezicht houdt in dat de overheid controleert of een bedrijf of een burger de voor hem geldende regels naleeft, waarbij de voorwaarde niet geldt dat er sprake moet zijn van enig vermoeden dat een wettelijk voorschrift is overtreden. In de regel staat het toezicht aan het begin van alle handhavingsacties.
Het toezicht omvat een breed scala van activiteiten, vaak ook in voorlichtende en adviserende zin. Daardoor kan al in een vroeg stadium worden voorkomen dat een met de wet strijdige situatie ontstaat of kan door middel van aansporingen of waarschuwingen worden bewerkstelligd dat regels alsnog worden nageleefd. Indien waarschuwingen geen effect sorteren, loopt het toezicht op de naleving van wettelijke voorschriften in de regel uit op het gebruik van handhavingsmiddelen met een meer dwingend karakter.
Opsporing is gericht op de strafrechtelijke afdoening van strafbare feiten, dus op het vinden van een verdachte of het vaststellen dat (g)een strafbaar feit is gepleegd. In tegenstelling tot bestuursrechtelijke handhaving, dat onderdeel uitmaakt van de bestuurstaak, is opsporing een justitiële taak. De afwegingen zijn voor een aantal standaardovertredingen vastgelegd in vervolgings-richtlijnen. In strafzaken die uiteindelijk voor de rechter komen, is de afweging van de sanctie/straf voorbehouden aan de rechter.
In beginsel mogen opsporingshandelingen pas worden verricht wanneer sprake is van een redelijk vermoeden dat een strafbaar feit is gepleegd. Deze eis geldt niet voor het uitoefenen van toezicht. In de praktijk is het onderscheid tussen toezicht en opsporing niet altijd helder. Dit komt enerzijds omdat in oudere wetgeving dit onderscheid niet altijd werd gemaakt en anderzijds omdat veel toezichthouders vaak ook met opsporing zijn belast. In nieuwe wetgeving wordt getracht een duidelijk onderscheid tussen toezicht en opsporing aan te brengen.
Van bestuursrechtelijke handhaving is sprake indien toezicht op de naleving van regels wordt uitgeoefend of sancties worden opgelegd door bestuursorganen die niet met strafvordering zijn belast. Dit kunnen punitieve sancties zijn, zoals een bestuurlijke boete of een als straf bedoelde intrekking van een begunstigende beschikking, of herstellende/reparatoire sancties, zoals toepassing van bestuursdwang of oplegging van een last onder dwangsom.
Handhaving wordt uitgevoerd door toezichthoudende ambtenaren en opsporingsambtenaren. Zij ontlenen hun status als handhaver aan een wettelijke bepaling. Diverse wetten kennen formele bevoegdheden toe aan handhavers die ondersteunen bij het uitoefenen van de handhavende taken en werkzaamheden. Daarnaast wordt er administratief gehandhaafd op ambtelijk bestuurlijk niveau: het bestuursorgaan neemt bestuursrechtelijke handhavingsbesluiten welke door ambtenaren van vakafdelingen worden voorbereid.