U bevindt zich hier: Home - Gemeente - Gemeentearchief - Publicaties - Gedichten - J.C. Perk
506 keer gelezen
Zwart Schiedam
Er ligt aan Schie- en Maasstroom
Eene allerliefste stad,
Van menig wakkren zeeman
De wieg en bakermat;
Die in de landshistorie
Eene Schoone plaats bekwam.
Die stad, gij zult haar kennen,
Is ’t zwart berookt Schiedam
Daar komen Friesche koggen
En Noordsche tlalken aan:
Dan klept het dragersklokjen
En lost men ’t kostbaar graan.
Wat ginds de zeis der maaijers
Het levenslicht benam,
Krijgt weder geest en krachten,
Herleeft in ’t zwart Schiedam.
Door moutvloer en door molen,
Door ketel, kuip en bak,
Herademt ’t kiempje weder,
Verstikt in kof of smak.
Maar ach… die geest van ’t koren
Maakt menig bits en gram,
En ’t heet dat: Hou je roer regt!
Je dronkt te veel Schiedam!
Wat vuren ziet men rooken!
Wat zijn de huizen zwart!
Maar binnen is het anders,
Ze hebben een goed hart
De menschen, die daar wonen,
Bij al dien rook en vlam.
Al stookt men er jenever
Toch min ik ’t zwart Schiedam.
De gulle, ronde zeden
Van ’t oude Nederland,
Ze hebben nog haar standaard
Aan Maas en Schie geplant.
Geen vorstelijke etiquette
Maakt ’t gul verkeer hier stram,
Maar welgemeende vrindschap
Woont in het zwart Schiedam.
De maagden zijn er vrolijk
En echter niet koket;
Zij kleeden zich niet zwierig
En nogthans keurig net.
Oh, wie mij raad kwam vragen,
Als hij een meisje nam,
Ik zou hem zeker zeggen:
Mijn vriend, ga naar Schiedam.

Achter de Teerstoof, vanaf de Lutherse Kerksteeg (de oude naam voor het gedeelte bij de Raam), gezien in westelijke richting de St. Janssteeg en Verbrande Erven. Beeldnummer 02043.
De dominee-dichter J.C. Perk (1845-onbekend) is nauwelijks bekend. In tegenstelling tot de meeste gedichten en verhalen waarin Schiedam zwart wordt genoemd, is dit gedicht lovend over de stad, waar het 'dragersklokjen' kleppert. Perk bedoelt met dat klokje de bel van het Zakkendragershjuisje die werd geluid als er een schip in de haven was aangekomen, dat gelost moest worden, of als er ander sjouwwerk te doen viel.
Het Zakkendragershuis dateert uit 1725. Het zakkendragershuisje werd in 1931 door de gemeente Schiedam gekocht, met de bepaling dat het Zakkendragersgilde (officieel: "Vereeniging van Zakkendragers") het gebruiksrecht zou behouden zolang er tenminste nog één ploeg (bestaande uit zeven man) van de toen levende zakkendragers het huisje zou gebruiken. Toen kort na de Tweede Wereldoorlog de laatste ploeg incompleet was geworden, kwam de beschikking volledig aan de gemeente. In 1962 werd het huisje voor onbepaalde tijd verhuurd aan de filmer Jan Schaper. Het archief van het zakkendragersgilde kunt u raadplegen in het Gemeentearchief (archiefnummer 292 inv. nrs. 3108A en volgende).
Met een korte toelichting is Zwart Schiedam te vinden in Jan van Bergen en Henegouwen en Ruud Aret (ed.), Groeten uit Zwart Nazareth. Gedichten over Schiedam (Schiedam 2004), 13, 75. Catalogusnr. 668.