X
  1. Voor een correcte verwerking verzoeken wij je minimaal de velden voorzien van een * in te vullen.

Achtergrond informatie over kinderziekten in de Tweede Wereldoorlog

U bevindt zich hier: Gemeente - Gemeentearchief - Actueel - Tentoonstellingen - Themadag: Uitgezonden kinderen - Achtergrond informatie

Achtergrond informatie over kinderziekten in de Tweede Wereldoorlog

559 keer gelezen

Het woord “kinderziekten” wordt in het Nederlands gebruikt als een omschrijving van een tijdelijk ongemak, een aanloopprobleem: lastig, maar vooral overkomelijk. Wie de sterftestatistieken van de bezettingsjaren 1940-1945 bestudeert moet al snel tot de conclusie komen dat in die tijd aan het begrip kinderziekten een totaal andere lading werd toegekend. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de zuigelingensterfte (onder alle levendgeborenen in het eerste levensjaar) en de kleutersterfte (onder alle levendgeborenen tussen de eerste en de vijfde verjaardag).

Zuigelingensterfte

De zuigelingensterfte daalde in de eerste decennia van de 20e eeuw stelselmatig. Deze daling stopte abrupt bij het begin van de bezetting. Vanaf het begin van de oorlog steeg de zuigelingensterfte, met een scherpe toename in de jaren 1944 en 1945: een stijging die de sterfte weer terugbrengt op het niveau van 1920. Hetzelfde patroon is ook terug te zien in de kleutersterfte, zij het kwantitatief minder uitgesproken. Deze mortaliteit-cijfers vormen de bittere top van een piramide die opgebouwd  is uit de sterk toegenomen morbiditeit onder kinderen in de bezettingsjaren. (Mortaliteit is sterfte, morbiditeit is ziekte.) Van deze categorie zijn weinig statistische gegevens verzameld. De hoge mortaliteit en morbiditeit onder kinderen onderstrepen nog eens de kwetsbaarheid van deze groep binnen een in crisis verkerende samenleving waar het gebruikelijke voorzieningenpatroon door de omstandigheden verstoord is.

Weerstand

De mens wordt voortdurend blootgesteld aan allerlei infectiebronnen die in veruit de meeste gevallen gelukkig geen fatale afloop hebben, dankzij een complex systeem dat we “weerstand” noemen. Weerstand is van veel factoren afhankelijk; deels aangeboren, deels verworven. Voor kinderen is die weerstand nog in ontwikkeling: hoe jonger, hoe minder ontwikkeld. Maar belangrijk ook is de relatie met de voedingstoestand van het kind: hoe slechter de voedingstoestand, des te groter de kans op een ernstiger verloop van infectieziekten. Als de algemene voedingstoestand onder kinderen verslechtert, maakt dat aan de ene kant het kind kwetsbaarder om een infectieziekte op te lopen. Door het toegenomen aantal geïnfecteerde kinderen neemt ook de infectiedruk toe, dat wil zeggen de kans om een infectieziekte op te lopen. Twee voorbeelden: de explosieve toename van ziekten als roodvonk (scarlatina) en van difterie, beide bepaald geen onschuldige “kinderziekten”.

Roodvonk en difterie

Roodvonk is een door een bacterie veroorzaakte infectie, meestal beginnend in de keel. Het verloop ervan kan gecompliceerd worden door ernstige problemen aan het hart of de nieren. Difterie is ook een bacteriële infectieziekte, beginnend in de keelholte en de bovenste luchtwegen. Deze ziekte verloopt soms zo heftig dat de ademhaling door de heftige ontsteking onmogelijk wordt en het kind stikt. Als het kind dat overleeft bestaat er alsnog de kans op een ernstig verlopende ontsteking van de hartspier met verstoring van het hartritme en soms zelfs acute hartstilstand.

Gedurende de bezettingsjaren was er sprake van een duidelijke “verheffing”, dat wil zeggen sterke toename van het aantal ziektegevallen ten gevolge van deze twee infectieziekten. Men dient zich daarbij goed te realiseren dat er in die jaren nog geen beschikking was over het levensreddende penicilline, dat pas ná 1945 beschikbaar zou komen.

Hongerwinter

De Hongerwinter die van november 1944 tot aan de bevrijding in mei 1945 heeft geduurd, heeft een groot aantal slachtoffers, waaronder veel  kinderen, gemaakt. De represaillemaatregelen van de Duitse bezetter in reactie op de spoorwegstaking van september 1944 betekenden het blokkeren van het transport van voeding, brandstof, gas naar in het bijzonder de grote steden in het westen van het land. Het gevolg was een snel toenemend kort aan alles. Dit leidde tot grote ontberingen en veroorzaakte veel slachtoffers.

Wat waren de gevolgen van de Hongerwinter op het nog ongeboren kind?

Toen men na de bevrijding de balans opmaakte was de indruk dat het nog ongeboren kind er eigenlijk er nog niet zo slecht vanaf gekomen, ondanks de veelal slechte voedingstoestand van de moeder. Weliswaar werd vastgesteld dat het gemiddelde geboortegewicht van deze baby’s ongeveer 300 gram lager was dan het normale gemiddelde geboortegewicht van Nederlandse pasgeborenen, maar die achterstand werd als snel na de geboorte ingelopen.

Nauwkeuriger, gedifferentieerder en vooral langlopend onderzoek naar de late gevolgen van de effecten van de Hongerwinter op het nog ongeboren kind laten toch een minder optimistisch beeld zien dan aanvankelijk werd gedacht. Veel langlopend vervolgonderzoek werd en wordt nog steeds verricht door de afdelingen Klinische Epidemiologie en Biostatistiek van het Academisch Medisch Centrum Amsterdam en het Julius Centrum voor Gezondheidswetenschappen van het Universitair Medisch Centrum Utrecht.

Vrouwen die zwanger waren in de Hongerwinter en voor controle gezien werden op de verloskundige polikliek van de Vrouwenkliniek van het Wilhelmina Gasthuis (Amsterdam) werden verdeeld in drie groepen:

  1. degenen die al in een verder gevorderd stadium van de zwangerschap waren toen de Hongerwinter begon en in die periode bevielen
  2. degenen die kort voor de Hongerwinter zwanger werden, en na deze periode, dus ná de bevrijding, bevielen
  3. degenen die , ondanks de ontberingen van de Hongerwinter, in die periode zwanger werden, en ná de bevrijding bevielen.

Controlegroepen werden gevormd uit zwangeren die bevallen waren vóór de Hongerwinter en een groep die ná de bevrijding zwanger werd en beviel.

Conclusies van het onderzoek

Uit deze onderzoeken zijn belangrijke punten naar voren gekomen, waaronder het op latere leeftijd vaker voorkomen van afwijkingen van de kransslagader, een afwijkend bloedsuiker- verwerkingspatroon, verhoogde bloeddruk en ook van het psychiatrische ziektebeeld schizofrenie (Deze opsomming is niet compleet). Enkele van deze bevindingen ondersteunen en sluiten volledig aan bij de veronderstelling van de Engelse wetenschapper Barker dat stress bij het nog ongeboren kind kan leiden tot hart- en vaatziekten op volwassen leeftijd.

Opvallend is dat sommige van deze zich op later leeftijd manifesterende ziekten verband houden met de periode waarin het effect van de Hongerwinter zich deed gelden op het zich in de baarmoeder ontwikkelende kind. Een van de meest opvallende conclusies uit deze studies  zijn de late gevolgen die zich voordoen bij die kinderen waarvan de moeders in de Hongerwinter zwanger waren geworden. Bij hen heeft zich dus het effect van de Hongerwinter vooral in de vroege zwangerschap voorgedaan. Het geboortegewicht van deze baby’s bleek het minst af te wijken, maar juist in deze groep manifesteren zich op volwassen leeftijd vaker de genoemde hart- en vaatziekten, verhoogde bloeddruk en psychiatrische stoornissen.

Onderzoek uitgevoerd door de afdeling Moleculaire Epidemiologie van het Leids Universitair Medisch Centrum heeft aangetoond dat externe factoren, zoals die van ondervoeding bij vrouwen rond de conceptie, van invloed zijn op het celdelingproces dat op de bevruchting volgt. Deze externe factoren kunnen van invloed zijn op al dan niet activering en tot expressie komen van sommige van onze genen. Hierin zou de basis kunnen liggen van op latere leeftijd optredende ziekten.

Geschreven door Geschreven door kinderarts J.F. van Gils, 2010.

Waar kan ik u mee helpen?