Ga direct naar: Zoeken | Hoofd-navigatie | Site-navigatie
U bevindt zich hier: Gemeente - Gemeentearchief - Actueel - Tentoonstellingen - De Wit - Herinneringen heer Romijn
81 keer gelezen
‘Het was, ondanks alle zorgen, een leuke tijd’
"Toon de Wit werkte eerst als bedrijfsleider in Overschie. Daarna is hij samen met zijn broer een eigen zaak begonnen. Toon wist dat zijn broer wel interesse zou hebben. Ze zijn begonnen in een steegje in de Hoofdstraat, in afgekeurde woningen van juffrouw Putters. Dat is verbouwd met nieuwbouw erachter. Daarna gingen we naar de Baronie. Of er ook geld van Putters in de zaak zat weet ik niet…"
"Toon had een zoon, Peter. Volgens mij is hij banketbakker geworden. Toon had ook een dochter, een verpleegster. Tinus, die bij Wilton-Fijenoord had gewerkt, had ook kinderen. Een zwager van De Wit kwam ook bij ons werken, maar hij bleek al snel te duur. Hij is voor zichzelf begonnen als vertegenwoordiger in stalen meubels. Ikzelf zou vertegenwoordiger worden. Ik heb een test afgelegd en kwam voortreffelijk uit de bus. Dat heb ik later gehoord van een juffrouw op kantoor."
"We hebben onder andere geleverd aan Bouterse Stalen meubelen. We maakten klapstoeltjes van oude gasbuizen. Die waren zo mottig als ik weet niet wat en moesten eerst uitgegloeid worden. Ik ben nooit een stuiver tekort gekomen, je zág de omzet omhoog gaan. Een order voor Ahoy betekende honderden klapstoeltjes, die gingen nat de deur uit. Transportbedrijf Ouweling werd ingeschakeld door De Wit. Er zijn veel mensen en bedrijven rijk geworden door De Wit, behalve ik. Toen de Baronie was gekocht moesten we ‘s avonds als overwerk de muren schilderen."
"Toon de Wit was mijn baas. We gingen wel amicaal met elkaar om. In de tijd dat shag nog een dubbeltje was had ik vaak een pakje in mijn De Wit-stofjas, dan bietste hij wel een peuk van me."
"Ik ben praktisch tot het eind gebleven. De gebroeders De Wit waren wel goed met geld. Met kerstmis kregen we dubbel weekgeld en in strenge winters kolengeld. Het waren sociale mensen, we hadden nooit tekort. Ik woonde in Rotterdam noord en moest elke dag om half acht beginnen. Jarenlang fietsen door weer en wind. Kwamen we daar, moest ik eerst nog de kachel aanmaken. Maar het was, ondanks alle zorgen, een leuke tijd."